Doel van het spel
Zoveel mogelijk punten verkrijgen tijdens het spel/campagne.
Setup
De spelers ontvangen een spelersbord, een markeerder, een vlam en 3 rubberen basissen van dezelfde kleur. Elke speler ontvangt ook nog naast de vlam de andere drie componenten voor hun standbeeld.
Elke speler stelt zijn warband samen en kiest drie helden. Men kan kiezen uit vooraf opgestelde samenstellingen die je kan vinden in het regelboek, of je kan die gewoon kiezen. Als je ze kiest geef je elke speler een schatkaart. De kaart met het laagste nummer mag dan eerst een held kiezen, dan de daaropvolgende speler enzovoort. Daarna kiezen de spelers opnieuw een held, maar in omgekeerde volgorde. Daarna kiest elke speler er nog één zoals de eerste keer. Elke speler ontvangt dan de miniatuur, de heldenkaart en de tien actiekaarten van elke gekozen held.
Het is niet verplicht om het spel te spelen als een campagne, maar als men ervoor, dan moet nu het campagneblad worden ingevuld met de namen van de spelers, de gekozen helden, een eventuele legendarische rang die een held al dan niet heeft verworven, schatkaarten, scenariocodes (1A tot 5B) de ranking, het totaal aantal campagnepunten, de eventuele nemesis rang (als je speelt met de B-campagne) en uiteindelijk de winnaar van de campagne.
Wanneer men het spel start kiest men een scenario. Speelt men een campagne dan kiest men het scenario met het laagste getal dat nog niet gespeeld is, in dezelfde reeks (A of B). Wanneer men geen campagne speelt, moet men kiezen tussen een scenario met A of B. Met A speel je zonder Nemesis - de gemeenschappelijke vijand - en een scenario met 'B' voegt deze net toe. De introductietekst van het scenario wordt luidop gelezen.
Daarna wordt het spelbord en de andere spelcomponenten op tafel gelegd. Er is een zijde voor twee en vier spelers, en een zijde met drie spelers. Speelt men met twee, dan plooit men het spelbord gewoon dubbel zodat men speelt op een half gebied. Men plaatst het bord zo dat de pijlen de plaatsen van de spelers aangeven. De puntenmarkeerder van de spelers - en eventueel de nemesis - komt op plaats '0' van het puntenspoor van het Destiny bord. Van de scenariokaart kennen we twee missies, die kaarten leggen we op de overeenkomstige velden. Op de scenariokaart zien we ook hoeveel eventkaarten we moeten nemen, in functie van het aantal spelers. Als er een campagne wordt gespeeld, kan het zijn dat eventkaarten worden omgeruild door doemkaarten. Alle spelers mogen eerst de eventkaarten bekijken - niet de doemkaarten.
Alle destiny kaarten worden geschud, alsook de eventkaarten. In functie van het aantal spelers worden er een aantal kaarten getrokken en in stapels geplaatst. Voor twee spelers worden er vier stapels gemaakt van drie kaarten, met drie spelers zijn dit zes stapels en met vier spelers zijn dit acht stapels. Op elke stapel wordt er nu een eventkaart geplaatst. Elke stapel wordt apart geschud en vervolgens op elkaar gestapeld en gedekt op het destiny bord geplaatst. De overgebleven destinykaarten worden open gelegd links naast de trekstapel.
De advantage kaarten - met een ster - en de inspiratiekaarten worden naast het bord gelegd. Alle kubussen worden in een gemeenschappelijke voorraad geplaatst. Als de Nemesis meedoet, worden er fiches geplaatst op het destiny bord waar aangegeven. De eerstespelerfiche wordt gegeven aan de oudste speler, of als men een campagne speelt, aan de speler die de laagste ranking heeft.
Wanneer men speelt met de Nemesis moet men dat bord er ook nog bijplaatsen. Op het scenario staat welke vijand overeenkomt met één, twee en drie zwaarden. Op die manier worden de vijandelijke kaarten op de overeenkomstige velden op dat bord geplaatst. De actiekaarten van de gekozen vijanden worden geschud en vormen een actiedek. De miniaturen van de vijanden worden op de pool geplaatst, in functie van het aantal spelers, wat afgebeeld staat op het nemesisbord.
Wanneer men een campagne speelt moeten de spelers zo aan tafel zitten in omgekeerde ranking. De speler met de laagste begint, daarna de daaropvolgende, enzovoort.
Elke speler neemt dan zijn spelersbord en legt dit voor hem in zijn gebied. Op de heldenkaarten worden de fiches met één, twee, of drie ruiten geplaatst overeenkomstig met de basissen van de helden. Dan leggen ze schildfiches op elk veld dat de kaart aangeeft. Als men een enkel spel speelt, kiezen de spelers of ze spelen met de normale zijde, of met de legendarische zijde. De heldenkaart ligt volgens die keuze met een bepaalde zijde naar boven. Indien men een campagne speelt, kijkt men naar de helden met de legendarische rang en spelen deze met die zijde naar boven. Alle actiekaarten van alle drie de helden worden geschud en worden op het desbetreffende veld geplaatst als trekstapel. Elke speler trekt zes actiekaarten, kiest er drie om te houden en legt de andere in een volgorde die ze zelf kiezen, onderaan de trekstapel. De clantoken wordt op het speelbord geplaatst, aan de zijde van de speler. De modellen, alsook de componenten voor het standbeeld, worden in de buurt bewaard.
Daarna wordt het strijdveld samengesteld. Er wordt een layout kaart gekozen. Hierop staat hoe lang het spel zou duren, en langs de ene zijde voor 2/4 spelers en de andere voor drie spelers. Zet men een spel op voor twee spelers, dan kiest men de linkerkant van de kaart. De setup van de kaart wordt gevolgd. Daarna worden de helden op het bord gezet. De speler rechts van de eerste speler, mag als eerste een held plaatsen. Hij legt dan de fiche met het aantal sterren dat naar die held verwijst gedekt op een plek waar zich een actiekubus bevindt, en in zijn gebied - het grote vierkant. De kubus wordt op het speelbord in de reserve geplaatst. Deze actie gaat zo verder in tegenwijzerzin. Bij de plaatsing van de tweede held, moet deze geplaatst worden op een actiekubus niet in vriendschappelijk gebied. De derde held wordt geplaatst op een locatie waar je nog een held kan plaatsen. Na de plaatsing van de laatste held worden de fiches omgedraaid en worden de miniaturen op het strijdveld geplaatst
Voor het spel van start gaat zijn er soms nog bijkomende regels, zoals op sommige scenariokaarten vermeld staat. Wanneer dit het vijfde spel is van een campagne moeten de spelers hun campagnepunten spenderen voor de eerste beurt.
Spelverloop
Het spel duurt een onbepaald aantal beurten waarbij de spelers steeds verschillende fasen doorlopen. Wanneer een speler alle fasen heeft afgerond, is het aan de volgende speler.
In de eerste fase activeert de actieve speler alle effecten die in het begin van de ronde plaatsvinden, in een zelfgekozen volgorde.
De tweede fase is de tactische fase. In deze fase kunnen actiekubussen gespendeerd worden voor verschillende acties, die je mag uitvoeren tot zolang je de kost kan betalen, indien gewenst:
- Met een gele of witte actiekubus kan je coördineren. De speler neemt drie kaarten van zijn trekstapel. Als die speler dan meer dan drie kaarten heeft, legt die een aantal kaarten af totdat die drie kaarten op handen heeft. De afgelegde kaarten komen onderaan de trekstapel, in een zelfgekozen volgorde.
- Met een groene of witte actiekubus kan een speler een held van hem laten chargen. Dit model mag niet naast een vijandelijk model staan en mag niet in een zone staan met een vijandelijk model. Een zone is een afbakening in het gebied van de speler. Het gebied is het grote vierkant, dit kan verdeeld worden in vier kleinere vierkanten. Zo een kleiner vierkant wordt een zone genoemd, en dat bestaat uit negen nodes - of locaties. Het model wordt dan orthogonaal één node verplaatst. Als het blokje uit een persoonlijke inventaris komt - van de held zelf - mag enkel die held verplaatst worden.
- Met een wit blokje kan je de verstevig actie uitvoeren. Wanneer een held minder schildfiches heeft liggen dan afgebeeld op zijn heldenkaart, mag je er eentje bijplaatsen. Als het blokje uit een persoonlijke inventaris komt - van de held zelf - ontvangt enkel die held een fiche.
- Met twee willekeurige blokjes kan je het volgende deel van je standbeeld bouwen. Je ontvangt dan de bonus van het deel dat je bedekt, dat afgebeeld staat.
- Men kan ook een held uitrusten met een schatkaart, die hij deze beurt niet heeft ontvangen. Als de held al een schatkaart had, gaat die kaart naar de schatkamer.
- Men mag ook gewoon een schatkaart die bij een held ligt in de schatkamer leggen.
Na de tactische fase gaan we over tot de actiefase. Hierbij kiest de speler één van zijn handkaarten en legt die open in het overeenkomstige veld waar de geactiveerde kaarten liggen. De speler ontvangt de actieblokjes, afgebeeld onderaan de actiekaarten. Als er geen plaats meer zou zijn voor de blokjes, dan moeten er andere terug naar de algemene voorraad, of ze gaan verloren. Daarna spendeert de speler zijn actiekubussen om de held die afgebeeld staat op de actiekaart te activeren. Actiekubussen die niet gespendeerd worden, blijven gewoon liggen op het spelersbord.
De verschillende kleuren blokjes geven toegang tot verschillende soorten acties. De blokjes kan je ook gebruiken voor reacties. Spelers zetten die dan in tijdens de beurt van andere spelers.
- De groene kubusjes zorgen ervoor dat een held kan bewegen. Na het inzetten van een blokje mag je jouw held een aantal nodes verplaatsen, steeds orthogonaal, gelijk aan het aantal bewegingspunten die afgebeeld staan op de kaart. Men kan ook twee bewegingspunten spenderen om diagonaal te bewegen. Je kan dit echter niet doen als de aangrenzende nodes bezet zijn door obstakels of vijandelijke modellen.
Je kan ook een groen blokje spenderen om een vijand te duwen. Als je een vijand duwt tegen een ander object, vijand of de muur, dan ontvangt die schade.
Als reactie kan je ook een groen blokje spenderen om de achtervolging in te zetten. Als een vijandelijk model een aangrenzende node passeert, kan men een groen blokje gebruiken om hier achter te gaan. - De blauwe blokjes spendeer je om andere modellen aan te vallen. De aangevallen speler kan een schildfiche afleggen, dan ontvangt de aanvaller een advantage kaart. Als de aangevallen speler geen fiche kan afleggen, dan kijkt die door de trekstapel en neemt de onderste actiekaart van het aangevallen model. De aanvaller krijgt deze kaart.
De kaart wordt sowieso op het spelersbord geplaatst en als een speler drie kaarten verkrijgt, komen deze kaarten op de aflegstapel van diens spelersbord en ontvangt die één overwinningspunt.
Met de blauwe blokjes kan je ook een scherf opnemen op de node waar de held staat, of één node verder.
De held kan met een blauw blokje ook een gevaarfiche één locatie verder duwen, in diezelfde richting. Men kan er ook voor zorgen dat een gevaarfiche geduwd wordt tegen een vijandelijk model, waardoor die schade krijgt. - Met een geel blokje kan een held een gele scherf opnemen van de locatie van de held, of van één node verder.
Als de held schildfiches heeft, kan die ook een geel blokje gebruiken om een aanval af te weren.
Wanneer een held aangrenzend is met een vijand, dan kan die schade berokkenen aan een vijand, als reactie, als die een scherf wil opnemen, of wil bewegen. - De witte blokjes worden gebruikt als joker om scherven te verkrijgen, of om te schakelen tussen helden, en als je er twee geeft, mag je ook eender welke actie of reactie uitvoeren.
- Op sommige actiekaarten van helden staan bepaalde symbolen. Die symbolen komen overeen met een bepaalde actie die we vinden op de personagekaart. Bij het spelen van de actiekaart krijg je voor het symbool geen blokjes, maar kan je de overeenkomstige actie uitvoeren.
Na het uitvoeren van de verschillende acties gaan we over naar de ondersteuningsfase. De gespeelde actiekaart wordt 90° gedraaid en geplaatst op het overeenkomstige veld. Dit veld wordt ook wel het geheugen genoemd. De speler ontvangt de actiekubussen die nu rechtop staan - als de kaart rechtop staat is dit het gebied linksboven. De speler trekt nu bij tot drie handkaarten.
De vijfde fase is de destiny fase en hierbij wordt gecontroleerd of de actieve speler een blauwe of gele scherf op zijn spelersbord heeft. De actieve speler trekt een kaart van de destiny stapel.
Wanneer de speler geen scherf heeft en:
Hij trekt een eventkaart, dan plaatst hij deze open op het meest linkse vrije veld. De speler verwijdert dan een scherf naar keuze van het strijdveld. Als er een afbeelding is van een vijandelijke fiche, dan wordt die geplaatst op het spelersbord. Het kan zijn dat de eventkaart een onmiddellijk effect heeft, dan moet dit uitgevoerd worden.
Als er een destiny kaart wordt getrokken, en er zijn geen gevaarfiches in het gevaargebied, dan wordt deze kaart open gelegd op de desbetreffende aflegstapel.
Als er een destiny kaart getrokken wordt en er is minstens één gevaarfiche in het gebied, dan moet de kaart uitgelijnd worden volgens de positie van de speler, en dan plaatst de speler een gevaarfiche uit het gebied op de afgebeelde node - of locatie. Deze mag niet geplaatst worden waar er een held of obstakel staat. Daarna komt deze kaart op de aflegstapel terecht.
Als de speler minstens één scherf heeft liggen, dan trekt die ook een kaart.
- Hij trekt een eventkaart, dan plaatst hij deze open op het meest linkse vrij veld. De speler verwijdert dan een scherf naar keuze van het strijdveld. Als er een afbeelding is van een vijandelijke fiche, dan wordt die geplaatst op het spelersbord. Het kan zijn dat de eventkaart een onmiddellijk effect heeft, dan moet dit uitgevoerd worden. Als de actieve speler nog een scherf heeft op zijn spelersbord, dan moet die opnieuw een kaart trekken.
- Als er een destiny kaart wordt getrokken, dan moet de speler deze uitlijnen volgens zijn positie en de scherf plaatsen zoals aangegeven op de kaart. Op deze kaart staat ook de kleur die de scherf moet hebben. De scherf mag niet geplaatst worden op een locatie waar een andere miniatuur staat, een obstakel, of als er reeds een scherf ligt. De scherf mag ook niet geplaatst worden in een gebied waar een held van jou staat. Als er een gevaarfiche ligt in de gevaarpool, dan wordt er een fiche geplaatst op dezelfde locatie als de scherf. Daarna komt de destiny kaart op de aflegstapel terecht. Als de speler nog scherffiches heeft, trekt die opnieuw een kaart.
De zesde fase is de Nemesisfase. Als er geen nemesis meedoet kan deze fase overgeslagen worden. Als er vijandelijke miniaturen op het bord staan, wordt het enemy action deck gecontroleerd. Als er minstens één vijandelijke miniatuur op het bord staat, wordt de bovenste kaart van de overeenkomstige stapel getrokken en activeert de actieve speler één van de modellen.
Als er geen miniaturen zijn, moet de actieve speler kaarten trekken tot wanneer één van de twee situaties zich voordoen:
- Een kaart toont het 'respawn effect', en er staat geen vijandelijk model op het bord. De actieve speler voert het effect uit en voert het activatie-effect uit.
- Een kaart, waarvan er minstens één miniatuur op het bord staat, en geen kaart met het 'respawn effect' wordt getrokken. De speler voert dan het activatie-effect uit.
Wanneer de stapel van vijandelijk activatie-effecten leeg is, wordt de aflegstapel geschud om een nieuwe trekstapel te vormen.
Je controleert of er vijandelijke miniaturen of fiches op het spelersbord liggen. Je kan het minimum aantal vijanden controleren, dat moet namelijk overeenstemmen met meest linkse vrije slot op het destiny bord. Als er minstens één vijandelijk model of fiche op het spelersbord ligt, dan moet men de volgende stappen uitvoeren.
- De speler neemt de destiny kaart van de aflegstapel, lijnt die uit en plaatst een vijandelijk model op de aangeduide node. Het geplaatste model moet overeenstemmen met de miniatuur overeenkomstig het symbool op de kaart en de kaart op de desbetreffende locatie. Als er geen miniatuur meer is, wordt er een ander geplaatst en gaan we door naar de volgende stap. Als alle aangeduide nodes bezet zijn, dan gaat de destiny kaart in de bewaarplaats en wordt er een nieuwe kaart getrokken.
- De speler plaatst een vijandelijk model van zijn spelersbord terug in de doos.
- Als er nog een vijandelijk model of fiche op het spelersbord staat, worden deze stappen herhaald.
In de zevende fase moet de actieve speler alle effecten activeren die gebeuren op het einde van een beurt. Daarna is het de beurt aan de volgende speler.
Het spel gaat op die manier verder tot voor de eerste fase van de beurt van de startspeler, en het spoor van de eventkaarten volledig vol ligt. Op dat ogenblik wordt er nog een puntentelling gemaakt met de eventuele missies en de eventkaarten en de speler met de meeste punten wint het spel. Indien gelijkstand wint de speler die de meeste kaarten heeft van de andere spelers, als de Nemesis hierbij meedeed, wint de Nemesis. Indien nog steeds gelijkstand wint de speler met de meeste actiekaarten. Als het dan nog gelijkstand is wint de Nemesis, zelfs als die niet mee deed.
Als je ervoor koos om een campagne te spelen, dan moet de voortgang genoteerd worden op het campagneblad, en ontvangen sommige helden de legendarische status, uitrusting en dergelijke meer.
Materialen
De materialen van Runar zijn sterk thematisch uitgewerkt, met een duidelijke cartooneske stijl die het spel een eigen identiteit geeft. Het grote speelbord bevat verschillende zones en nodes, wat zorgt voor een overzichtelijke speelomgeving.
Er zijn heel wat kaarten aanwezig, voornamelijk in miniformaat. Deze komen in verschillende types, waardoor je soms goed moet opletten welke kaarten je precies nodig hebt. De heldenkaarten springen er visueel uit: ze zijn kleurrijk en brengen de personages mooi tot leven in dezelfde speelse stijl.
Ook de miniaturen volgen deze lijn en zijn van hoge kwaliteit. Ze zijn gedetailleerd en duidelijk van elkaar te onderscheiden, zeker tussen helden en vijanden. De rubberen basissen zijn een leuke toevoeging om je eigen warband herkenbaar te maken tijdens het spel.
Daarnaast bevat het spel heel wat tokens van stevig karton. De kratten en obstakels zijn leuk uitgevoerd in 3D, wat bijdraagt aan de beleving op tafel. De gekleurde houten kubussen zijn functioneel en worden op verschillende manieren gebruikt tijdens het spel.
Elke speler beschikt over een eigen spelersbord van stevig papier. Ook de opbergoplossing is goed uitgewerkt: de miniaturen passen netjes in een degelijke insert.
Er zijn echter ook enkele minpunten. Zo worden alle kaarten samen bewaard, terwijl een betere scheiding het opzetten van het spel duidelijk vlotter had gemaakt. Daarnaast kan het regelboek beter: het voelt soms onoverzichtelijk aan en vereist regelmatig heen en weer bladeren om iets terug te vinden.
Al bij al zijn de materialen kwalitatief en sfeervol, met vooral de miniaturen en 3D-elementen als echte blikvangers, al had de gebruiksvriendelijkheid op sommige vlakken nog iets beter gekund.
Conclusie / Onze Mening
Runar is een spel met enorm veel potentieel en een duidelijke eigen identiteit, maar het is er eentje met twee gezichten. Enerzijds krijg je een rijk en thematisch spel met veel mogelijkheden, variatie en een hoge herspeelbaarheid. De verschillende scenario’s, de keuze in helden en de optionele campagne zorgen ervoor dat geen enkel spel hetzelfde aanvoelt. Bovendien is het spel goed gebalanceerd voor verschillende spelersaantallen, wat zeker een pluspunt is. De unieke cartooneske stijl, zowel in de miniaturen als in het artwork, is daarnaast echt geslaagd. De miniaturen zijn van hoge kwaliteit en geven het spel karakter, wat meteen opvalt wanneer het op tafel ligt.
Anderzijds wordt dit alles wat tegengewerkt door een vrij zware en tijdrovende setup. Het duurt even voor je effectief kan starten, en dat kan een drempel vormen om het spel snel op tafel te leggen. Ook het regelboek laat wat steken vallen: het is niet altijd even overzichtelijk en je moet regelmatig doorbladeren, want de uitleg is niet steeds gestroomlijnd. De iconografie is niet altijd even duidelijk, wat het leerproces bemoeilijkt.
Eens je echter door die opstartfase bent en het spel loopt, komt Runar veel beter tot zijn recht. Het spelverloop voelt dan vlotter aan en de tactische keuzes maken het boeiend en leuk om te spelen.
Runar is een leuk en inhoudelijk sterk spel dat vooral schittert eens het op gang is, maar dat gehinderd wordt door een zware setup en een minder toegankelijk regelboek. Met een duidelijkere structuur en betere flow had dit echt een topper kunnen zijn, maar nu blijft het een goede game waarbij je toch voelt dat er nog net iets ontbreekt.
Overzicht
| Speelduur | 60 - 90 minuten |
| Aantal Spelers | 1 - 4 spelers |
| Moeilijkheidsgraad | Gemiddeld tot moeilijk |
| Voor wie? | Vanaf 14 jaar; |
Wij danken Ludus Magnus Studio voor het ontvangen van een reviewexemplaar.
Onze mening is subjectief en op geen enkele wijze beïnvloed.